Voordat een werkzame stof in een middel mag worden gebruikt, moet de werkzame stof worden goedgekeurd door de Europese Commissie. De werkzame stof wordt beoordeeld door de beoordelende bevoegde autoriteit van een lidstaat. Vervolgens stelt het Comité voor biociden (BPC) van ECHA een advies op. Op basis van dit advies besluit de Europese Commissie over de goedkeuring.

Bedrijven die in Nederland biociden in de handel brengen, moeten een hiervoor toestemming vragen bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het verloop van dergelijke aanvragen is vastgelegd in de Europese Biocidenverordening, die sinds 1 september 2013 van kracht is.  

Als de stoffen in dit biocide voldoen aan één of meer gevaarsklassen van Bijlage 1 van de Europese CLP Verordening, dan dient u het etiket te voorzien van de volgende informatie:

  • gegevens over de leverancier (naam, adres, telefoonnummer)
  • nominale hoeveelheid stof in de verpakking die aan het publiek wordt aangeboden
  • productidentificatie
  • gevaarspictogram(men)
  • signaalwoord
  • gevarenaanduiding(en): H-zinnen
  • voorzorgsmaatregelen: P-zinnen
  • aanvullende informatie: (indien van toepassing EUH-zinnen volgens bijlage II,deel 2 en 4)

Indeling, etikettering en verpakking

Sinds 1 juni 2017 is de indeling, etikettering en verpakking van alle biociden geregeld volgens de CLP Verordening. CLP staat voor classification (indeling), labelling (etikettering) en packaging (verpakking). Meer informatie vindt u op de website van het Ctgb.

Meer informatie

Voor CLP is een speciale helpdesk beschikbaar, waar u informatie vindt over uw verplichtingen vanuit de CLP Verordening en waar u uitleg kunt vinden over de wetgeving. Kijk op de website van de helpdesk voor meer informatie.

Meer informatie over de producteisen van biociden staat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.