Het (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) heeft de voorwaarden voor toelating gewijzigd van insectenwerende middelen. Het gaat om middelen tegen muggen, teken en knutten die op de menselijke huid worden toegepast.
Recent onderzoek wees uit dat middelen op basis van DEET, icaridine en IR3535 niet kunnen worden toegelaten onder artikel 19(1) van de Biocidenverordening (BPR). Deze stoffen zijn als gevaarlijk beoordeeld en vormen een risico voor mens en/of milieu.
Toch is er een maatschappelijk belang dat deze middelen beschikbaar blijven. Muggen en teken kunnen ziektes overbrengen die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid. Daarom maakt het (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) gebruik van een uitzondering. Op basis van artikel 19(5) van de (Biocidal Product Regulation) worden deze middelen alsnog toegelaten, ondanks de risico’s.
Gewijzigde voorwaarden en aanvullende maatregelen
Het Ctgb wil het gebruik van insectenwerende middelen zo veilig mogelijk maken. Om de risico’s voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken, heeft het Ctgb de voorwaarden voor toelating aangescherpt. Dit betekent dat er aanvullende maatregelen worden opgelegd aan fabrikanten en gebruikers. Ook paste het Ctgb de gebruiksvoorschriften verder aan.
Meer informatie
U vindt de gewijzigde voorwaarden op de website van het Ctgb: Authorisation conditions for PT 19 repellents | Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.