Zes Nederlandse inspectiediensten hebben onlangs hun samenwerking voor het toezicht op biociden en gewasbeschermingsmiddelen verder aangescherpt en officieel vastgelegd. Door duidelijke afspraken te maken, weten de inspectiediensten beter wie wat doet en hoe zij het beste informatie met elkaar kunnen delen. Hierdoor kunnen zij samen sneller en effectiever optreden.
Duidelijke rolverdeling
Het gaat om deze inspectiediensten: de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de waterschappen (vertegenwoordigd door de Unie van Waterschappen). Elke dienst heeft eigen taken in het toezicht en de handhaving. Zo richt de ene dienst zich bijvoorbeeld op het gebruik van biociden in de industrie en ziet een andere dienst toe op de veiligheid voor consumenten, werknemers of het milieu.
Betere samenwerking en informatie-uitwisseling
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe afspraken is het delen van informatie en het gezamenlijk uitvoeren van controles. Dit voorkomt dubbel werk en zorgt ervoor dat overtredingen sneller aan het licht komen. Waar toezichtstaken elkaar raken, stemmen de inspectiediensten hun aanpak af en ondersteunen ze elkaar waar nodig.
Het toezicht op biociden en gewasbeschermingsmiddelen raakt veel verschillende sectoren: van landbouw en voedselveiligheid tot zorg en industrie. Heldere samenwerking zorgt ervoor dat bedrijven weten waar ze aan toe zijn en dat regels eenduidig worden toegepast. Zo blijft de bescherming van mens, dier en milieu voorop staan. De samenwerking beperkt de toezichtlast voor bedrijven zo veel mogelijk.
Meer informatie
- Het document van de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport): Samenwerkingsafspraken inspectiediensten voor toezicht op en handhaving van de gewasbeschermingsmiddelen- en biocidenregelgeving.